Jan
Uiterlijk
- Geluid: Jan (hulp, bestand)
- IPA: / jɑn / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /jɑn/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /jɑn/
- Jan
- In de betekenis van ‘Rap gespuis’ voor het eerst aangetroffen in 1613 [1]
- Verkorting van Johannus. [2]
| enkelvoud | bezitsvorm | meervoud | |
|---|---|---|---|
| naamwoord | Jan | Jans | Jannen |
| verkleinwoord | Jantje | Jantjes | Jantjes |
Jan
- (mannelijke naam) een jongensnaam
- Jan ging meestal met de motor naar zijn werk.
- ▸ Het weekend daarvoor had hij nog staan feesten, ik had hem uitbundig dansend op de bar in café Bolle Jan zien staan.[3]
- ▸ Eind 2016 maakte de 85-jarige Jan Terlouw indruk met een pleidooi voor vertrouwen. De vandaag overleden politicus verwees naar de tijd dat hij met zijn jonge gezin in Utrecht woonde.[4]
- (spellingsalfabet) spelwoord van het Nederlandse spellingalfabet voor de letter j
- [2] spellingalfabet
- Het woord Jan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "Jan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Jan op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Weblink bron Dik Verkuil“Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Eigennaam in het Nederlands
- Mannelijke naam in het Nederlands
- Spellingsalfabet in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal