accommodatie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·com·mo·da·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord accommodatie accommodaties
verkleinwoord accommodatietje accommodatietjes

Zelfstandig naamwoord

accommodatie v [2]

  1. voorzieningen ten behoeve van het (aangenaam) verblijf van personen
    Het schoolkamp werd gehouden in een accommodatie die speciaal voor het verblijf van groepen jongeren was ingericht.
  2. aanpassing (aan de omstandigheden)
    De accommodatie van het oog, nodig om dichtbij scherp te kunnen zien gaat bij oudere mensen verloren.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal