zeer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeer
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: in hoge mate’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236 [1]
  • In de betekenis van ‘smart’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
  • In de betekenis van ‘pijnlijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord zeer zeren
verkleinwoord zeertje zeertjes

Zelfstandig naamwoord

zeer o

  1. een pijn, zeerte of ziekte
  2. een pijnlijke herinnering
Hyponiemen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zeer zeerder zeerst
verbogen zere zeerdere zeerste
partitief zeers zeerders -

Bijvoeglijk naamwoord

zeer

  1. pijnlijk
    • Hij had een zere teen. 

Bijwoord

zeer

  1. in hoge mate
    • Zeer goed. 
     Een onbekende stem vertelde een eindeloos lange mop met een zeer matige clou, maar ik was allang blij afgeleid te worden.[2]
     Het was dus maar zeer de vraag of het iets had uitgemaakt als hijzelf aanwezig had kunnen zijn bij de laatste fase van het storten, toen het ongeluk plaatsvond.[3]
  2. pijnlijk.
    • Dat doet zeer. 
  3. pijn.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 1,2 "zeer" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be