jaartal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jaar·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jaartal jaartallen
verkleinwoord jaartalletje jaartalletjes

Zelfstandig naamwoord

jaartal o

  1. getal dat staat voor een bepaald jaar volgens de betreffende jaartelling
    • We leven nu in het jaartal 2015 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be