elftal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Het eerste elftal, reserves en trainers
Uitspraak
Woordafbreking
  • elf·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord elftal elftallen
verkleinwoord elftalletje elftalletjes

Zelfstandig naamwoord

elftal o

  1. een sportploeg die uit elf spelers bestaat, in het bijzonder een voetbalploeg
    • Het Nederlands elftal speelt erg goed op het WK. 
  2. een groep van elf
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie