zestal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zes·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zestal zestallen
verkleinwoord zestalletje zestalletjes

Zelfstandig naamwoord

zestal o

  1. welgeteld zes
    • Er is een zestal redenen om dit niet te doen. 
  2. een groep van (ongeveer) zes
    • Er kwam een zestal wielrijders ten val. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be