tweetallig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·tal·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van twee en tal met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen tweetallig
verbogen tweetallige
partitief tweetalligs

Bijvoeglijk naamwoord

tweetallig

  1. (wiskunde) in twee stappen een volledige verandering doormakend
    • Het tweetallige stelsel omvat slechts twee elementen: 0 en 1. 
    • Een tweetallige as draait een voorwerp over 180°, zodat het na twee operaties terugkeert op zijn oude positie. 
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie