vijftal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vijf·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vijftal vijftallen
verkleinwoord vijftalletje vijftalletjes

Zelfstandig naamwoord

vijftal o

  1. welgeteld vijf
    • Er is een vijftal redenen om dit niet te doen. 
  2. een groep van vijf
    • Het vijftal gezworen vrienden maakte al geruime tijd de buurt onveilig. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.