vijftal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vijf·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vijftal vijftallen
verkleinwoord vijftalletje vijftalletjes

Zelfstandig naamwoord

vijftal o

  1. welgeteld vijf
    • Er is een vijftal redenen om dit niet te doen. 
  2. een groep van vijf
    • Het vijftal gezworen vrienden maakte al geruime tijd de buurt onveilig. 
    • Bar en Boos heeft de popquiz 2017 van Borne gewonnen. Daarmee voltooide de gedoodverfde titelkandidaat haar trilogie. Dit vijftal bleek de vorige twee edities ook al over de meeste kennis van de pophistorie te beschikken. „,We pakten punten met vragen over oude hits van Luv en BZN. Daarmee hebben we denk ik dit keer het verschil gemaakt”, jubelde de teamcaptain van het zegevierende vijftal. [1] 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tubantia 17-12-17 Bar en Boos wint Popquiz in afgeladen vol Kulturhus
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be