tol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tol
enkelvoud meervoud
naamwoord tol tollen
verkleinwoord tolletje tolletjes

Zelfstandig naamwoord

tol m

  1. een voorwerp dat om zijn as draait
  2. (speelgoed) een kinderspeeltuig dat met een zweepje tot draaiing gebracht wordt
  3. een plaats die men slechts tegen betaling voorbij mag gaan
  4. geld dat bij een tol geheven wordt
Vertalingen

Meer informatie


Hongaars

Werkwoord

tol

  1. duwen


Mota

Telwoord (mtt)
1 11 10 100 103
2 12 20 200
3 13 30
4 14 40
5 15 50
6 16 60
7 17 70
8 18 80
9 19 90

Hoofdtelwoord

tol

  1. drie



Wogeo

Telwoord (woc)
1
2
3
4
5
6
7
8

Hoofdtelwoord

tol

  1. drie