dodental

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·den·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dodental dodentallen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dodental o

  1. het aantal doden bij een oorlog, ramp of ongeluk
    • Het dodental van deze aardbeving loopt in de honderden. 
     Het dodental in Zweden is ook veel hoger dan in naburige Scandinavische landen, die allemaal strengere beperkende maatregelen hebben opgelegd.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Brein achter omstreden Zweedse coronastrategie geeft fouten toe” (03-06-2020), Tubantia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be