zulk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zulk
naamwoord
onverbogen zulk
verbogen zulke
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘aanwijzend voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100 [1]

Aanwijzend voornaamwoord

zulk

  1. zodanig, dit soort: bij ontelbare begrippen en meervouden.
    • Zulk weer kan alleen maar het gevolg van het broeikaseffect zijn. 
    • Zulke taal kun je beter niet in zijn bijzijn gebruiken. 
    • Zulke wegen zijn erg moeilijk te onderhouden. 
     Zelden had ik in zulk ijzig water gezwommen, 1.1 °C om precies te zijn, en ik was er al snel weer uit.[2]
  2. ~ een bij telbare enkelvouden: zodanige.
    • Zulk een man hebben we nodig. 
     De abt vond het spotternij om die heilige ruimte te vullen met gezang voor zulk een wereldse geestelijke.[3]

Uitroepend voornaamwoord

zulk, verbogen vorm: zulke

  1. wat een
    • Zulk mooi weer! En dan blijf jij binnen? Nee toch? 
Synoniemen
  • zo'n (maar met betrekking tot het enkelvoud, anders zulke)
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "zulk" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 14
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be