tala

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: tála

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·la
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Polynesisch, in de betekenis van ‘munteenheid van West-Samoa en Tokelau-eilanden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1978 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tala tala's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tala

  1. (financieel) (eigenlijk Samoaanse tala), munteenheid van Samoa
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen


IJslands

Uitspraak
  • IPA: /ˈtʰaːla/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse tala.

Zelfstandig naamwoord

tala m

  1. speech
  2. knop
  3. nummer
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid deelwoord
(supinum)
3e pers enk. 1e pers mv.
tala talaði töluðum talað
volledig

Werkwoord

tala

  1. spreken


Oudnoords

Woordafbreking
  • ta·la
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tala
talar
talaði
talat
Klasse 1 zwak volledig

Werkwoord

tala

  1. praten
  2. spreken
Verwante begrippen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·la
stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
tala
talade
talat
volledig

Werkwoord

tala

  1. spreken