viertal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vier·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord viertal viertallen
verkleinwoord viertalletje viertalletjes

Zelfstandig naamwoord

viertal o

  1. welgeteld vier
    Er behoort een viertal soorten tot dit genus.
  2. een groep van vier
    Het viertal speelde al jaren samen.
  3. een wedstrijd vorm van bridge waarbij twee teams van twee paren tegen elkaar spelen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen