inwonertal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·wo·ner·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inwonertal inwonertallen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

inwonertal o

  1. (demografie) het aantal inwoners in een bepaald gebied.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord inwonertal inwonertalle

Zelfstandig naamwoord

inwonertal

  1. (demografie) inwonertal
    «Volgens die 2011-sensus het Bantrybaai 'n inwonertal van 820 gehad.»
    Volgens de volkstelling van 2011 had Bantrybaai een inwonertal van 820.