talloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tal·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tal met het achtervoegsel -loos
stellend
onverbogen talloos
verbogen talloze
partitief talloos

Bijvoeglijk naamwoord

talloos

  1. onmogelijk om te tellen
    • Hoe talloos de denkende wezens ook zijn, ik zal ze bevrijden. 

Hoofdtelwoord

talloos

  1. ontelbaar veel
    • Er zijn talloze mensen dood door de ramp. 

Bijwoord

talloos

  1. ~ veel: op ontelbare wijze veel
    • Er zijn talloos vele mensen dood door de ramp. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.