talloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tal·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tal met het achtervoegsel -loos
stellend
onverbogen talloos
verbogen talloze
partitief talloos

Bijvoeglijk naamwoord

talloos

  1. onmogelijk om te tellen
    • Hoe talloos de denkende wezens ook zijn, ik zal ze bevrijden. 

Hoofdtelwoord

talloos

  1. ontelbaar veel
    • Er zijn talloze mensen dood door de ramp. 

Bijwoord

talloos

  1. ~ veel: op ontelbare wijze veel
    • Er zijn talloos vele mensen dood door de ramp. 
     Het is een verleidelijk beeld, als je langs talloze kerken en kastelen rijdt, door stadjes waar geen leven te bekennen is, laat staan enige moderne vorm van bedrijvigheid. Maar daarmee misken je de dynamiek die je even goed langs de Nationale 7 aantreft.[1]

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be