tallen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tal·len

Zelfstandig naamwoord

tallen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tal


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
tallar

tallen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van tallar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van tallar
vervoeging van
tallarse

tallen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van tallarse
  2. gebiedende wijs (ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van tallarse