Naar inhoud springen

ni

Uit WikiWoordenboek

ni

  1. ik

ni

  1. wij
Telwoord (dan)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 106
3 13 30 109
4 14 40 1012
5 15 50 1015
6 16 60 1018
7 17 70 1021
8 18 80 1024
9 19 90 1027

ni

  1. negen
  • Van het Italiaanse noi.

ni

  1. wij
  • via Oudfrans ne (bijna altijd zonder elisie voor klinkers) van Latijn nec. De vorm ni, misschien volksetymologisch afkomstig van vormen als n'il of n'icel, heeft na een grote opkomst in de 16de eeuw uiteindelijk de oude vorm vervangen in de 17de eeuw. [1]
  • ni

nini

  1. nochnoch
    «La vie c'est ni un chagrin, ni un plaisir: c'est un devoir qui faut remplir.»
    Het leven is noch droefenis, noch genoegen: het is plicht die vervuld moet worden.

ne … ni

  1. niet … en niet …, … noch
    «Il ne boit ni ne mange.»
    Hij drinkt noch eet.
  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *ne

ni

  1. niet
  • ni

ni

  1. nee

ni

  1. zij; 3e persoon meervoud
  • ni

ni

  1. nooit

ni

  1. niet

ni

  1. noch
Telwoord (nor)
0
1
1
11 10 100 103
2 12 20
20
200 106
3 13 30
30
300 109
4 14 40
40
400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7
7
17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
  • ni

ni

  1. negen
Telwoord (nno)
0
1
1
1
11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
  • ni

ni

  1. negen
  • ni
  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *ne

ni

  1. niet
  • ni
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *ni

ni

  1. (verouderd) noch

ni

  1. (dialect) niet
ni in Sitelen Pona
  • ni

ni

  1. dit, dat

ni

  1. dit, dat
  • ni

ni

  1. noch
  • ni

ni

  1. haar, 'r; accusatief enk van ona
    «Dárky pro něho a pro ni
    De cadeaus voor hem en voor haar.
  • Ni wordt gebruikt achter een voorzetsel, in alle andere gevallen (korte en lange vorm) wordt ji gebruikt

ni

  1. (dichterlijk) noch
  • ni

ni

  1. nooit

ni

  1. jullie