ni

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Baskisch

Persoonlijk voornaamwoord

ni

  1. ik


Bretons

Persoonlijk voornaamwoord

ni

  1. wij


Deens

Telwoord (dan)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 106
3 13 30 109
4 14 40 1012
5 15 50 1015
6 16 60 1018
7 17 70 1021
8 18 80 1024
9 19 90 1027

Hoofdtelwoord

ni

  1. negen



Esperanto

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Italiaanse noi.

Persoonlijk voornaamwoord

ni

  1. wij


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ni

Voegwoord

ni … ni …

  1. nochnoch
    «La vie c'est ni un chagrin, ni un plaisir: c'est un devoir qui faut remplir.»
    Het leven is noch droefenis, noch genoegen: het is plicht die vervuld moet worden.

ne … ni …

  1. niet … en niet …, … noch
    «Il ne boit ni ne mange.»
    Hij drinkt noch eet.


Noors

Telwoord (nor)
0
1
1
11 10 100 103
2 12 20
20
200 106
3 13 30
30
300 109
4 14 40
40
400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7
7
17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak
Woordafbreking
  • ni

Hoofdtelwoord

ni

  1. negen
Verwante begrippen



Nynorsk

Telwoord (nno)
0
1
1
1
11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak
Woordafbreking
  • ni

Hoofdtelwoord

ni

  1. negen
Verwante begrippen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ni

Voegwoord

ni

  1. noch



Zweeds

Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

ni

  1. jullie