nulnummer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nul·num·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nulnummer nulnummers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nulnummer o

  1. proefnummer van een tijdschrift voordat men begint met de officiële uitgave
    • In totaal bracht Rueb vier albums uit van Haagse Harry, via zijn eigen uitgeverij Kap Nâh. Daar zit ook het in 2005 uitgekomen nulnummer Kompleitt baggâh bij, met tot dan toe niet eerder uitgebracht werk. [1] 
    • Het blad richt zich op mensen met homogevoelens, hun families, ambtsdragers en hulpverleners. Het nulnummer heeft als thema ”Drempels”: de weg die mensen afleggen om met zichzelf of met hun kind, partner of familielid voor de dag te komen.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tubantia Erik Elias 11-01-17, 10 dingen die je moet weten over Haagse Harry
  2. Reformatorisch Dagblad 02-07-2010 RefoAnders komt met nulnummer kwartaalblad