nultarief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nul·ta·rief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nultarief nultarieven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nultarief o

  1. goederen en diensten die vrijgesteld zijn van BTW (waarvan het BTW tarief dus 0% is)
    • Nederland strijdt in Brussel al jarenlang voor aanpassing van de regels en lijkt nu eindelijk z’n zin te krijgen. Het voorstel biedt de 28 lidstaten de mogelijkheid een verlaagd tarief te hanteren, verplicht wordt het niet. België en Frankrijk lieten digitale producties eerder onder een laag of nultarief vallen en werden daarvoor op de vingers getikt. Nederland durfde het daarom niet aan eigenstandig digitale kranten een lager tarief te rekenen.[1] 
    • De organisatie is daarom een actie gestart voor een lager btw-tarief voor dierenartsen. Zodat mensen die het beste willen voor hun huisdier niet ook nog eens door een fiscaal toptarief op kosten worden gejaagd. Of erger, mede daardoor beslissingen moeten nemen die onmenselijk zijn. Wat mij betreft wordt het een nultarief. Zo snel mogelijk.[2] 
  2. een rente die men ontvangt op een spaarrekening van 0%
    • Fintro verlaagde de rente naar het nultarief op een zogeheten niet-gereglementeerde spaarrekening, waarbij het wettelijke minimum van 0,11% dat in België wordt gehanteerd, kan worden omzeild.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 29 nov. 2016
  2. de Telegraaf MANNO VAN DEN BERG 12 jun. 2015
  3. Tubantia 08 nov. 2016