zero

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ro
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘telwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1578 [1]
  • van het Franse zéro of het Engels [2][3]

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie ht.

Hoofdtelwoord

zero

  1. niets, nul
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord zero zero's
verkleinwoord zerootje zerootjes

Zelfstandig naamwoord

zero v / m

  1. iemand die niets te betekenen heeft
Synoniemen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Catalaans

Telwoord (cat)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

zero

  1. nul


Engels

Uitspraak
Telwoord (eng)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

zero

  1. nul


Occitaans

Telwoord (oci)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

zero

  1. nul


Pools

Telwoord (pol)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

zero

  1. nul


Portugees

Telwoord (por)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

zero

  1. nul