nulpunt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nul·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nulpunt nulpunten
verkleinwoord nulpuntje nulpuntjes

Zelfstandig naamwoord

nulpunt o [1]

  1. (natuurkunde) referentiepunt van waar wordt gemeten
  2. (wiskunde) punt waarin de functiewaarde nul is
  3. (figuurlijk) punt van laagst mogelijke waardering
    de populariteit van deze politicus heeft nu wel het nulpunt bereikt
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal