nol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nol nollen
verkleinwoord nolletje nolletjes

Zelfstandig naamwoord

nol v/m

  1. duin, zandheuvel, strandhoofd
    • Zie je die nol daar? 
  2. slaapje, dutje
    • Ik heb even een nol gedaan. 

Werkwoord

vervoeging van
nollen

nol

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nollen
    • Ik nol. 
  2. gebiedende wijs van nollen
    • Nol! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nollen
    • Nol je? 

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders
27 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Indonesisch

Telwoord (ind)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Woordafbreking
  • nol
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

nol

  1. nul
Synoniemen


Minangkabaus

Telwoord (min)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

nol

  1. nul
Synoniemen