seis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • seis

Werkwoord

vervoeging van
seizen

seis

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van seizen
    • Ik seis. 
  2. gebiedende wijs van seizen
    • Seis! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van seizen
    • Seis je? 


Fries

Telwoord (fry)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

seis

  1. zes



Portugees

Telwoord (por)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

seis

  1. zes



Spaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈsejs/
Woordafbreking
  • seis
Telwoord (spa)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

seis

  1. zes