tri

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: tri-


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tri
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘oplosmiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1936 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord tri -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tri o

  1. (scheikunde), (verkorting), (afkorting) de afkorting voor trichlooretheen, een chemisch stof met ontvettende eigenschappen
enkelvoud meervoud
naamwoord tri tri's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tri m

  1. (verkorting), (afkorting) de afkorting voor trieerkast, een kast met vakjes
Synoniemen
  • sorteerkast

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Bretons

Telwoord (bre)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

tri

  1. drie



Esperanto

Telwoord (epo)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

tri

  1. drie



Slowaaks

Telwoord (slk)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

tri

  1. drie



Transalpijns-Gallisch

Telwoord (xtg)
1 10
2
3
4
5
6
7
8
9

Hoofdtelwoord

tri

  1. drie



Welsh

Uitspraak
Telwoord (cym)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

tri

  1. drie