niks

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • niks

Onbepaald voornaamwoord

niks

  1. geen enkel ding
    Hij begreep er niks van.
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
niksen

niks

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niksen
    Ik niks.
  2. gebiedende wijs van niksen
    Niks!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niksen
    Niks je?


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • niks
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Duitse woord nichts.

Bijvoeglijk naamwoord

niks

  1. geen enkel
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud niks
o enkelvoud niks
meervoud niks
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
niks
Verwante begrippen

Bijwoord

niks

  1. niets, noppes
    «Eg leita i bilen etter ein attgløymt sjokolade eller noko, men niks
    Ik keek in de auto na een achtergelaten chocolade of iets, maar noppes.
Antoniemen
Verwante begrippen

Tussenwerpsel

niks

  1. nee


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • niks
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Duitse woord nichts.

Bijvoeglijk naamwoord

niks

  1. geen enkel
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud niks
o enkelvoud niks
meervoud niks
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
niks
Verwante begrippen

Bijwoord

niks

  1. niets, noppes
Antoniemen
Verwante begrippen

Tussenwerpsel

niks

  1. nee