doodmoe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dood·moe
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van moe met het voorvoegsel dood-
stellend
onverbogen doodmoe
verbogen doodmoeë
partitief doodmoes

Bijvoeglijk naamwoord

doodmoe

  1. (intensief) heel erg moe
    • Hij is doodmoe van het harde werken. 
     Ze namen Sint mee om de oude man dadelijk te verzorgen. Maar Pietje ging met het kruikje naar het paard. En al was hij doodmoe van de tocht, in drie dagen en nachten sliep hij niet om het paard ieder uur zijn toverdrank te kunnen geven.[1]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 13