doodsangst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doods·angst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doodsangst doodsangsten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

doodsangst m

  1. dodelijke angst, hevig lijden
     Nee, jíj luistert nu naar míj! Denk jij nou werkelijk dat ik voor mijn lol naar Amersfoort ben gegaan? In een bruin café met een onbekende over het all-inclusive systeem heb zitten praten terwijl mijn man herstellende is van een zenuwinzinking? Zijn verhaal te moeten aanhoren in de hoop er iets uit op te pikken waarmee ik verder kan? Daarna in doodsangst zitten omdat ik tegen jou moet liegen?.[1]
  2. angst voor de dood
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be