sterven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ster·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sterven
stierf
gestorven
klasse 3 volledig

Werkwoord

sterven

  1. (ergatief) overgaan van levende toestand naar dode toestand
Synoniemen
  • overlijden, doodgaan, omkomen, sneven, expireren
  • aan zijn einde komen
  • de laatste adem uitblazen
  • de laatste snik geven
  • zijn einde vinden
  • heengaan
  • verscheiden
  • ad patres gaan
  • de doodsnik geven
  • de eeuwigheid ingaan
  • de geest geven
  • de ogen sluiten
  • de weg van alle vlees gaan
  • het leven laten
  • het tijdelijke met het eeuwige verwisselen
  • de pijp aan Maarten geven
  • de pijp uitgaan
  • er geweest zijn
  • het hoekje omgaan
  • het loodje leggen
  • naar de andere wereld gaan
  • zijn hachje erbij inschieten
  • kapot gaan
  • ten grave dalen
  • tot de vaderen gaan
  • inslapen
  • insluimeren
  • ontslapen
  • de grote reis aanvaarden
  • de wereld verlaten
  • het moede hoofd neerleggen
  • naar de eeuwige jachtvelden verhuizen
  • weggenomen worden
  • voor Gods rechterstoel verschijnen
  • zijn vonnis is getekend
  • hij is ons ontvallen
  • hij werd uit ons midden weggerukt / genomen
  • zijn tijd is gekomen
  • zijn uur is gekomen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie