sterven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ster·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘doodgaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sterven
stierf
gestorven
klasse 3 volledig

Werkwoord

sterven

  1. ergatief overgaan van levende toestand naar dode toestand
     Gelukkig is hij niet gestorven, maar toen hij terugkeerde in het klooster, heeft hij de monniken nóóit meer verboden liedjes te zingen voor Sint Nicolaas.[2]
Synoniemen
  • overlijden, doodgaan, omkomen, sneven, expireren
  • aan zijn einde komen
  • de laatste adem uitblazen
  • de laatste snik geven
  • zijn einde vinden
  • heengaan
  • verscheiden
  • ad patres gaan
  • de doodsnik geven
  • de eeuwigheid ingaan
  • de geest geven
  • de ogen sluiten
  • de weg van alle vlees gaan
  • het leven laten
  • het tijdelijke met het eeuwige verwisselen
  • de pijp aan Maarten geven
  • de pijp uitgaan
  • er geweest zijn
  • het hoekje omgaan
  • het loodje leggen
  • naar de andere wereld gaan
  • zijn hachje erbij inschieten
  • kapot gaan
  • ten grave dalen
  • tot de vaderen gaan
  • inslapen
  • insluimeren
  • ontslapen
  • de grote reis aanvaarden
  • de wereld verlaten
  • het moede hoofd neerleggen
  • naar de eeuwige jachtvelden verhuizen
  • weggenomen worden
  • voor Gods rechterstoel verschijnen
  • zijn vonnis is getekend
  • hij is ons ontvallen
  • hij werd uit ons midden weggerukt / genomen
  • zijn tijd is gekomen
  • zijn uur is gekomen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen