biologie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·lo·gie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord biologie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

biologie v

  1. (wetenschap) de wetenschap van de levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen
    Op de middelbare school krijgen alle leerlingen biologie.
    Een bioloog doet meer dan met een verrekijker in het veld opzoek gaan naar zeldzame vogels.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl