biologie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·lo·gie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord biologie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

biologie v

  1. (wetenschap) de wetenschap van de levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen
    • De Fransman Louis Pasteur – de vader van de biologie van de micro-organismen, en geboren in 1822 – voorspelde het al: „Het zijn de microben die het laatste woord zullen hebben.”.[2] 
  2. schoolvak dat gaat over de levende natuur
    • Op de middelbare school krijgen alle leerlingen biologie. 


Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Koert Lindijer NRC 11 mei 2016