biologie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·lo·gie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord biologie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

biologie v

  1. (wetenschap) de wetenschap van de levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen
    De Fransman Louis Pasteur – de vader van de biologie van de micro-organismen, en geboren in 1822 – voorspelde het al: „Het zijn de microben die het laatste woord zullen hebben.”.[2]
  2. schoolvak dat gaat over de levende natuur
    Op de middelbare school krijgen alle leerlingen biologie.


Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Koert Lindijer NRC 11 mei 2016