doodrijden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dood·rij·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doodrijden
reed dood
doodgereden
klasse 1 volledig

Werkwoord

doodrijden

  1. (verkeer) overgankelijk zodanig tegen iemand aanrijden dat die persoon eraan overlijdt
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen