merg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • merg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord merg -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

merg o

  1. (anatomie) het zachte weefsel in de kern van een bot
    Als het merg is aangetast door radioactiviteit worden er geen rode bloodlichaampjes meer aangemaakt.
  2. (plantkunde) het parenchymatische binnenste gedeelte van de plantenstengel of wortel
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Noors

Zelfstandig naamwoord

merg
  1. verouderde spelling of vorm van marg van vóór 2005
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud, mannelijk