Naar inhoud springen

merg

Uit WikiWoordenboek
  • merg
enkelvoud meervoud
naamwoord merg -
verkleinwoord - -

hetmergo

  1. (anatomie) zacht weefsel in de kern van een bot
    • Als het merg is aangetast door radioactiviteit worden er geen rode bloodlichaampjes meer aangemaakt. 
  2. (beschrijvende plantkunde) parenchymatische binnenste gedeelte van de plantenstengel of wortel
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]

merg

  1. verouderde spelling of vorm van marg tot 2005
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud, mannelijk