doodblijven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dood·blij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doodblijven
bleef dood
doodgebleven
klasse 1 volledig

Werkwoord

doodblijven

  1. ergatief plotseling en onverwacht overlijden
    • Haar man is gisteren zo maar doodgebleven. 
Vertalingen

Gangbaarheid