doodlopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dood·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doodlopen
liep dood
doodgelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

doodlopen

  1. ergatief van wegen: eindigen, niet verder gaan
    • De auto rijdt een weg in die verderop doodloopt. 
  2. ergatief van onderhandelingen en andere activiteiten: niet verder gaan
    • Het onderzoek naar de kwadratuur van de cirkel is doodgelopen. 
    • De vredesonderhandelingen zijn doodgelopen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.