doodsteken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dood·ste·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doodsteken
stak dood
doodgestoken
klasse 4 volledig

Werkwoord

doodsteken

  1. overgankelijk iemand eenmaal of meermaals steken dat het de dood als gevolg heeft
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.