Naar inhoud springen

doodbloeden

Uit WikiWoordenboek
  • dood·bloe·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doodbloeden
bloedde dood
doodgebloed
zwak -d volledig

doodbloeden

  1. ergatief door massaal bloedverlies het leven verliezen
    • Het bleek dat hij door een slagaderlijke bloeding doodgebloed was. 
  2. ergatief, (figuurlijk) geleidelijk en min of meer onopgemerkt tot een einde komen
    • Na dat grote verlies is bedrijf langzaam doodgebloed. 
    • De vijandelijke sfeer maakte duidelijk dat hun gesprekje snel zou doodbloeden.  
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be