doodbloeden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dood·bloe·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doodbloeden
bloedde dood
doodgebloed
zwak -d volledig

Werkwoord

doodbloeden

  1. ergatief door bloedverlies het leven verliezen
    • Het bleek dat hij door een slagaderlijke bloeding doodgebloed was. 
  2. ergatief overdrachtelijk geleidelijk tot een einde komen
    • Na dat grote verlies is bedrijf langzaam doodgebloed. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.