Naar inhoud springen

kunst

Uit WikiWoordenboek
  • kunst
1 enkelvoud meervoud
naamwoord kunst kunsten
verkleinwoord - -
2 enkelvoud meervoud
naamwoord kunst kunsten
verkleinwoord kunstje kunstjes

de kunstv

  1. (cultuur) toepassing van opvallende vaardigheid en verbeelding om iets moois of betekenisvols te scheppen
    • De kunst van het Oude Egypte had eerder een magische of religieuze bedoeling dan dat zij een persoonlijke uiting wil zijn. 
  2. iets wat niet iedereen voor elkaar krijgt
    • Het definiëren van het woord kunst is een hele kunst. 
     De kunst was om mijn basisgewicht (base weight) zo laag mogelijk te houden, het gewicht van alles dat ik droeg minus voedsel, water en gas.[4]
  3. namaak
    • Hij droeg een kunstgebit 
  • Dat is geen kunst
Dat is heel makkelijk
  • De kunst is, om....
Het kan op een bepaalde manier, met een bepaalde truc e.d.
  • Een koud kunstje
Iets heel gemakkelijks
  • Geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt
Gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen
  • Iemand een kunstje flikken
Iemand een valse streek leveren
  • Iets tot een kunst verheffen
Erg bedreven in iets raken (ook wel sarcastisch: Zeuren tot een kunst verheffen e.d.)
  • Kunst baart gunst
  • Oefening baart kunst
Door veel te oefenen kan men zijn prestaties opkrikken
  • Uit de kunst
Heel goed
  • Zo vraagt men de boer/boeren de kunst af
Iemand een geheim weten te ontfutselen
100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]


kunst

  1. kunst.


kunst v

  1. kunst


  • kunst
  • Afkomstig uit het Nederduits.

kunst

  1. kunst
    «Paven møtte 250 av verdens ledende kunstnere for å gjøre dem mer interessert i å lage religiøs kunst
    De paus ontmoet met 250 van de meest vooraanstaande kunstenaars van de wereld om hen meer geïnteresseerd in het creëren van religieuze kunst te maken.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kunst     kunsten     kunster     kunstene  
genitief   kunsts     kunstens     kunsters     kunstenes  


  • kunst
  • Afkomstig uit het Nederduits.

kunst

  1. kunst
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kunst     kunsten     kunstar     kunstane  
genitief                
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kunst     kunsta     kunster     kunstene  
genitief                
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief       kunsti          
genitief