dodelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van dood met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dodelijk dodelijker dodelijkst
verbogen dodelijke dodelijkere dodelijkste
partitief dodelijks dodelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

dodelijk

  1. de dood veroorzakend
    • Een dodelijk verkeersongeval, dodelijke gassen. 
  2. heel afmattend, bijzonder lastig:
    • De Koppenberg bleek alweer dodelijk in de Ronde van Vlaanderen. 
  3. heel ongunstig, rampzalig, nefast:
    • Al die regeltjes zijn dodelijk voor het ondernemerschap. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.