verscheiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·schei·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verscheiden
verscheidde
verscheiden
gemengd volledig

Werkwoord

verscheiden

  1. (ergatief) overlijden, doodgaan
    Toen hij verscheidde gaf dat grote beroering in de gemeenschap.
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord verscheiden -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verscheiden o

  1. dood, overlijden
    Zijn verscheiden kwam onverwachts.
stellend
onverbogen verscheiden
verbogen verscheidene

Bijvoeglijk naamwoord

verscheiden

  1. van variërende aard
    Hij hield zich met verscheidene zaken bezig.