doodgraver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

doodgraver (2) Nicrophorus germanicus
Uitspraak
Woordafbreking
  • dood·gra·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doodgraver doodgravers
verkleinwoord doodgravertje doodgravertjes

Zelfstandig naamwoord

doodgraver m

  1. (beroep) persoon die een graf graaft
    • De doodgraver had een veel hoger tractement dan de koster, namelijk 312 gulden per jaar.[1] 
  2. (insecten) keversoort die zich in aas voortplant
    • De doodgraver legt haar eieren in dode dieren. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen

  1. Peter Bitter, L. Noordegraaf, De Sint Laurens in de steigers: bouwen, beheren en restaureren van de Alkmaarse Grote Kerk, 2002