dot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dot
enkelvoud meervoud
naamwoord dot dotten
verkleinwoord dotje dotjes

Zelfstandig naamwoord

dot v/m

  1. een pluk vezelig, wollig of donzig materiaal
    • "Mag ik die dot wol eens zien?". 
  2. (meestal verkleinwoord) iets kleins en liefs
    • Wat een dotje! 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.