levend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen levend
verbogen levende
partitief levends

Bijvoeglijk naamwoord

levend [2]

  1. waarin de processen die een organisme laten functioneren nog werken
  2. (muziek) niet afkomstig van een geluidsdrager, maar direct door een aanwezige muzikant of zanger voortgebracht
  3. (figuurlijk) nog functionerend
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
leven

levend

  1. onvoltooid deelwoord van leven

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal