paarsig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paar·sig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van paars met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen paarsig paarsiger paarsigst
verbogen paarsige paarsigere paarsigste
partitief paarsigs paarsigers -

Bijvoeglijk naamwoord

paarsig

  1. een beetje paars
    • Na zijn val had zijn gezicht iets paarsigs. 
  2. op paars lijkend
    • Dit blauw is bijna paarsig. 
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders
63 % van de Vlamingen.