gisterochtend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gis·ter·och·tend
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

gisterochtend

  1. in de ochtend van de voorgaande dag
    • Hij is gisterochtend vertrokken. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.