ochtendgloren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

ochtendgloren
Uitspraak
Woordafbreking
  • och·tend·glo·ren
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ochtendgloren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ochtendgloren o [1]

  1. het eerste licht van de dag voordat de zon opgaat
    • Als je vroeg opstaat kun je het ochtendgloren zien. 
    • Daalder (56), oud-Amerikaans ambassadeur bij de NAVO en onder Bill Clinton lid van de Nationale Veiligheidsraad, heeft slecht geslapen. Er is tijdens het eerste ochtendgloren in het Trump-tijdperk nog veel onzeker, maar van het wereldbeeld van de nieuwe president wordt Daalder, nu directeur van de Chicago Council on Global Affairs, onrustig. Het zeventig jaar oude internationale stelsel verandert van gedaante, taxeert hij. [2] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Michel Kerres 10 november 2016