dol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Rigger met dol.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dol
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dol doller dolst
verbogen dolle dollere dolste
partitief dols dollers -

Bijvoeglijk naamwoord

dol

  1. onzinnig
    Het was een dol plan, maar het was wel erg gezellig.
  2. gek, krankzinnig
    Dol van de pijn rende hij naar buiten.
  3. agressief door besmetting met rabiës
    Kijk uit, die hond is dol!
  4. verrukt, verzot (alleen predicatief)
    Beren zijn dol op honing
  5. (van schroefdraad) zonder grip
    Hij gebruikte teveel kracht en draaide zo de schroef dol.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • door het dolle heen gaan of zijn
  • geen remming meer hebben
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord dol dollen
verkleinwoord dolletje dolletjes

Zelfstandig naamwoord

dol m

  1. (scheepvaart) een metalen pin waarop een roeispaan kan draaien
  2. (scheepvaart) een U-vormig steunpunt waarin een roeispaan rust
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dollen

dol

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dollen
    Ik dol.
  2. gebiedende wijs van dollen
    Dol!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dollen
    Dol je?