basiliek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Romaanse basiliek in Keulen [2]
De eretekens van een basiliek [1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·si·liek
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘christelijke kerk’ voor het eerst aangetroffen in 1869 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord basiliek basilieken
verkleinwoord basiliekje basiliekjes

Zelfstandig naamwoord

basiliek v

  1. een ere-titel voor een Katholieke Kerk.
    • In Almelo staat een basiliek. 
  2. een rechthoekig meerschepige kerk
    • De basiliek stamt af van de basilica uit de romeinse tijd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen