dwaas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwaas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dwaas dwazen
verkleinwoord dwaasje dwaasjes

Zelfstandig naamwoord

dwaas m

  1. (scheldwoord) iemand die onverstandig denkt en/of handelt
    De dwaas maakte veel lawaai op de markt
Synoniemen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dwaas dwazer dwaast
verbogen dwaze dwazere dwaaste
partitief dwaas dwazers -

Bijvoeglijk naamwoord

dwaas

  1. onverstandig, gek
    De dwaze man deed veel onverstandige dingen zoals schelden tegen de politieagent.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Afrikaans

stellend attributief vergrotend overtreffend
dwaas dwase dwaser dwaasste

Bijvoeglijk naamwoord

dwaas

  1. dwaas
enkelvoud meervoud
naamwoord dwaas dwase

Zelfstandig naamwoord

dwaas

  1. dwaas