dwaas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwaas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dwaas dwazen
verkleinwoord dwaasje dwaasjes

Zelfstandig naamwoord

dwaas m

  1. (scheldwoord) iemand die onverstandig denkt en/of handelt
Synoniemen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dwaas dwazer dwaast
verbogen dwaze dwazere dwaaste

Bijvoeglijk naamwoord

dwaas

  1. onverstandig, gek
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Afrikaans

stellend attributief vergrotend overtreffend
dwaas dwase dwaser dwaasste

Bijvoeglijk naamwoord

dwaas

  1. dwaas
enkelvoud meervoud
naamwoord dwaas dwase

Zelfstandig naamwoord

dwaas

  1. dwaas