hloupý

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • hlou·pý
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *glupъ

Bijvoeglijk naamwoord

hloupý

  1. dom, stom; een lage intelligentie hebbend
    «Není ani tak hloupý, ale je líný.»
    Hij is niet zo dom, maar hij is lui.
  2. dom, stom; slecht uitgevoerd
    «Proč chytří lidé dělají hloupé chyby?»
    Waarom maken slimme mensen domme fouten?
  3. stom; ergerlijk, vervelend, irritant
    «To byl hloupý fór.»
    Dat was een domme grap.
Verbuiging


Vervoeging
Synoniemen
  1. blbý, debilní, pitomý, stupidní, tupý
  2. absurdní, (spreektaal) blbý
Antoniemen
  1. bystrý, chytrý, inteligentní
  2. chytrý, šikovný
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • hloupá husa vdomme gans
  • hloupá chyba vdomme fout
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Verwijzingen