aartsdom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aarts·dom
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zeer dom’ voor het eerst aangetroffen in 1866 [1]
  • Afgeleid van dom met het voorvoegsel aarts-
stellend
onverbogen aartsdom
verbogen aartsdomme
partitief aartsdoms

Bijvoeglijk naamwoord

aartsdom

  1. (intensief) bijzonder dom
    • Die jongen is echt aartsdom. 
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen