mes

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een broodmes

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mes
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mes messen
verkleinwoord mesje mesjes

Zelfstandig naamwoord

mes o

  1. (gereedschap) (huishouden) een dun lang werktuig met een scherpgeslepen kant waamee gesneden kan worden
    Hij nam een mes en sneed het brood ermee.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Meer informatie


Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

mes o

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) overledene in de uitdrukking: kaals mes
Synoniemen
Verwijzingen
  1. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • mes
nominatief genitief datief accusatief benadrukt
je mon / ma / mes moi me moi
Bezittelijke voornaamwoorden in het Frans
bezitter: wat bezeten wordt:
enk mv
m v
enk 1e pers. mon ma mes
2e pers. ton ta tes
3e pers. son sa ses
mv 1e pers. notre nos
2e pers. votre* vos*
3e pers. leur leurs
* als beleefdheidsvorm zowel meervoud als enkelvoud

Bezittelijk voornaamwoord

mes mv (m en v)

  1. mijn (bij woorden in het meervoud)
    «Je cherche mes parents.»
    Ik ben op zoek naar mijn ouders.
Uitdrukkingen en gezegden
  1. «Les amis des mes amis sont mes amis.»
    Vrienden van mijn vrienden zijn ook mijn vrienden.


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /mɐ(ː)s/ (Etsbergs)

Persoonlijk voornaamwoord

mes

  1. onbeklemtoond genitief van ich.


Litouws

Uitspraak
  • IPA: /mæːs/

Persoonlijk voornaamwoord

mes

  1. wij


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • mes
enkelvoud meervoud
mes meses

Zelfstandig naamwoord

mes m

  1. maand